Degelijk onderwijs dichtbij

Olvi-PiusX

OLVI-PIUS X is een middelgrote school in hartje Zele in de provincie Oost-Vlaanderen. Naast een secundaire school  bevinden zich op onze campus ook een kleuterschool en een lagere school. Samen dragen we elke dag opnieuw zorg voor ongeveer 1500 leerlingen.

Onze school heeft een heel ruim studieaanbod. Na de vele mogelijkheden in de eerste graad kunnen leerlingen kiezen uit de brede waaier aso-richtingen of voor een richting uit de studiegebieden personenzorg, handel, mechanica-elektriciteit, auto. Deze gevarieerde combinatie zorgt voor een unieke groep jonge mensen, een kleine samenleving als een afspiegeling van de grote. Maar één waarin jonge mensen kansen krijgen, elk vanuit hun eigen talenten.

In OLVI-PIUS X werken leerkrachten met jonge mensen samen vanuit een christelijke levensvisie. Daarom helpen wij elke leerling zich volop te ontwikkelen via een brede basiszorg. Wij gaan ervan uit dat leerlingen niet gelijk zijn, maar wel gelijkwaardig. Met de verschillen tussen leerlingen houden wij zoveel mogelijk rekening. Sterke leerlingen dagen we uit, zwakkere leerlingen helpen we. We vinden het immers belangrijk dat iedere leerling zich goed voelt op onze school.

Wil je graag meer weten, kom dan gerust een kijkje nemen, we maken graag tijd voor een gesprek.


Onze geschiedenis

OLVI en PIUS X, samen sterk
OLVI-PIUS X, van twee naar één

In 2000 dringen grote hervormingen zich op. Men wil in Zele een totaalpakket aanbieden van studierichtingen op één campus. Het Onze-Lieve-Vrouwinstituut verhuist naar de campus van Pius X maar behoudt zijn eigen identiteit. Het blijven in eerste instantie twee scholen die wel intens samenwerken.

Sinds de fameuze verhuiszomer van het jaar 2000 leven het Onze-Lieve-Vrouwinstituut en het Pius X-instituut dus op dezelfde campus. In die zomer werd immers met man en macht verhuisd van de Kouterstraat naar de Kapellestraat. Leerlingen en personeel zochten op 1 september 2000 hun weg naar prefabs, nieuwe lokalen,… weg van het vertrouwde nest.

De eerste jaren was het nog een zoeken op vele fronten want in die beginjaren waren er nog duidelijk twee scholen met een eigen verhaal en cultuur. Langzaam werd echter aan de weg getimmerd om samen school te vormen, waarin jonge mensen de kans krijgen om hun eigen weg te zoeken en hun mogelijkheden en interesses af te toetsen. Zo werd de dagdagelijkse werking van beide scholen meer en meer op elkaar afgestemd. In het begin werden de zaken die "moesten" identiek zijn, zoals het schoolreglement, aangepast aan de nieuwe situatie en heel geleidelijk groeide de vraag om wat "kon" identiek of analoog zijn, ook te uniformiseren. Zo werden de rapporten dezelfde, werd het leerlingvolgsysteem één geheel en werden alle interne documenten identiek. Alleen op papier bestaan beide scholen nog apart.
Dat dit alleen maar voordelen heeft, hoeft geen betoog. De leerlingen weten eigenlijk niet altijd in welke school ze zitten, zodat ze bij een overstap naar een andere studierichting, of van de eerste naar de tweede graad, zich niet bewust zijn van het feit dat ze soms van school veranderen. Eenmaal we dat vaststelden, wisten we dat we op de goede weg zaten.
Zowel het Onze-Lieve-Vrouwinstituut als het Pius X-instituut hebben een rijk verleden. Nochtans is hun oorsprong totaal verschillend: een andere historische context, zusters en broeders. Hun doel was echter hetzelfde: bouwen aan de toekomst van de Zeelse kinderen en jongeren. Dat laatste is ook de doelstelling van het huidige schoolbestuur. Dat het schoolbestuur de spreekwoordelijke baksteen in de maag heeft, hoeft geen betoog. Een moderne nieuwbouw, voorzien van vele technische snufjes en comfort voor leerlingen en personeelsleden waarin twee scholen huizen met de nogal oubollige term “instituut” in hun naam? Het klonk tegenstrijdig… De eerlijkheid gebiedt ons te stellen dat in de dagdagelijkse communicatie er al een tijdje sprake was van OLVI en Pius X.
Een nieuw gebouw, een nieuwe look, een nieuw logo? Dat zou inderdaad logisch zijn. Ook een nieuwe naam? Slechts één naam? Een moderne naam? Dat was een moeilijkere vraag. Of toch niet als je de stap zet naar loskomen van wat bestaat, weg van eventuele vooroordelen die het gezichtsveld kunnen verkleinen. Toen werd het duidelijk dat enkel iemand die niet betrokken was bij de school, die liefst niet te dicht bij Zele woont en werkt, ons zou kunnen helpen. We deden een beroep op een professioneel team grafici uit Heverlee. In een eerste fase vertelden we de geschiedenis van beide scholen, eerst apart op twee locaties, dan samen op de huidige campus. We vroegen om voor ons een logo te maken en na te denken over onze naam. Het team had vlug de juiste invalshoek gevonden en na een paar proeven stonden ze op punt: het logo en de nieuwe naam.
De naam die we sinds 1 september 2013 gebruiken is OLVI-PIUS X. In deze naam vind je beide scholen terug. Het team vond het jammer dat de rijke geschiedenis die aan de naam van een school verbonden is, zou verdwijnen op het ogenblik dat men zou kiezen voor een totaal andere naam. De identiteit van allebei wordt bewaard, wat toch heel belangrijk is. OLVI-PIUS X klinkt goed, spreekt vlot uit en letterwoorden zijn in. Wie de naam even googled komt gegarandeerd bij ons uit, een niet te versmaden gemak.

Naast de nieuwe naam en het logo zorgt de moderne nieuwbouw sinds september 2012 voor een verademing. Het tekort aan gebouwen en leslokalen behoort tot het verleden. Klascontainers verdwijnen uit het schoolbeeld. De speelplaats krijgt een opener indruk. Frans wordt niet langer in de wasklas gegeven en de refter hoeft tijdens de lesuren niet meer omgebouwd tot klaslokaal. Fietsen kunnen weer op school gestald worden, deels in de ruime kelder van de nieuwbouw. Leerlingen eten 's middags weer in één shift. Leerkrachten beschikken voortaan over één ruime leraarskamer, waardoor de communicatie en de collegialiteit nog meer geoptimaliseerd kunnen worden. Enkel in de Kloosterstraat is er nog een aparte leraarskamer omdat daar vooral de praktijk van de nijverheidsrichtingen gegeven wordt.

Sinds 2000 heeft het secundair onderwijs in Zele een duidelijk ander uitzicht gekregen. Naast de reeds vermelde organisatorische en logistieke wijzigingen en de dagdagelijkse werking zorgen zeker ook de verschillende projecten zoals de musical JCS, de activiteiten in het kader van OLVI-PIUS X feest – de opvolger van de Pinksterfeesten – ervoor dat OLVI-PIUS X als één geheel, als één school het Zeelse landschap kleurt.

ONS LOGO


Bij het ontwerpen van het logo bleek dat zowel de woorden OLVI, PIUS (X) als ZELE evenveel letters tellen. Dat opende het perspectief voor nogal wat combinaties. We kregen een aantal voorstellen en opteerden al vlug voor wat het uiteindelijk geworden is. In deze fase haalden we er een feedbackgroep bij die ook haar keuzes en interpretaties gaf. De centrale figuur verwijst naar het kruis, symbool van ons christelijk opvoedingsproject. Daarnaast ontdekt men ook een bewegende leerling, de centrale persoon in onze missie. We willen een school zijn die leeft, beweegt, acties onderneemt. Ook de leerling beweegt, straalt enthousiasme uit. Naast de nieuwe naam is ook de verwijzing naar de gemeente belangrijk. Een logo is echter niet af zonder slogan. We kozen ervoor om kort en bondig te zeggen wat we doen ("onderwijs"), dat we dat op een doordachte manier willen brengen ("degelijk") en dat we "dichtbij" de leerling willen staan. Of: onze missie in een notendop.
Een volgende fase bracht de problematiek van de kleuren met zich mee. Tot nog toe hadden we immers op een zwart-witversie gewerkt. Welke kleur kies je dan? Wat is mooi? Welke symboliek steek je achter de kleuren? Ook dit legden we voor aan het team uit het verre Heverlee. We vertelden dat OLVI voorheen blauw en wit als kleur hanteerde, dat Pius X de Zeelse kleuren in zijn vroegere vlaggen gebruikte. Na heel wat verschillend gekleurde versies, bleek uiteindelijk die waarin de kleuren van beide scholen terug te vinden waren, de beste keuze.
Uit verschillende reacties ervaren we dat het logo en de nieuwe naam als een positieve vernieuwing, modernisering werden onthaald. Voor ons is dit niet alleen de bevestiging dat er zo’n vernieuwing mocht komen, maar ook dat we deze stap naar verdere eenmaking van beide scholen op het juiste ogenblik gezet hebben.
Het werk is hiermee nog lang niet af. We werken verder aan een huisstijl gebaseerd op het logo. Ondertussen siert een mooie lichtreclame met onze naam het nieuwe gebouw. We dromen van een onthaal dat nog meer uitnodigt om onze school binnen te komen. We dromen van… Alleen in onze dagelijkse werking dromen we niet, maar doen we wat we beloven: degelijk onderwijs dichtbij de leerling voor alle jongeren uit Zele en omgeving.

Wie zich wat verder in het verleden van het Zeelse schoolleven wil verdiepen, moet er maar onderstaande teksten eens op nalezen. Het gaat om de danktekst ter gelegenheid van 50 jaar Pius X (2001), de danktekst bij 200 jaar OLVI (2011) en de tekst ter gelegenheid van 50 jaar Pinksterfeesten.


DANK BIJ 50 JAAR PIUS X


Het begon ooit in 1951 met een “zesde moderne” voor jongens. Bij deze moderne kwamen na enige jaren een Latijnse en voor beide studierichtingen een hogere cyclus.

Tot begin van de jaren tachtig konden alleen jongens de volle zes jaar Algemeen Vormend Secundair Onderwijs in Zele volgen. Al die tijd bleef het aso-studieaanbod beperkt tot twee studierichtingen die mooi bij elkaar pasten: wetenschappelijke B en Latijn-wetenschappen.

Vanaf 1981 evolueerde het secundair onderwijs snel: de poorten mochten open voor meisjes, type I kwam in de plaats van type II, het Vrij Technische Instituut uit de Kloosterstraat fusioneerde met het Pius X-college, het “Pius X-college” werd omgedoopt tot “Pius X-instituut”, de korte kwalificaties van de technische school werden uitgebouwd tot doorstromingsrichtingen en lange kwalificaties.

In de jaren negentig werden type I en II omgevormd tot het éénheidstype. De Broeders Maristen verlieten Zele. De inrichtende machten van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut en het Pius X-instituut fusioneerden. De twee Zeelse secundaire scholen gingen samenwonen. Ondertussen vormt Zele een stevige poot van de scholengemeenschap “Scholen aan de Durme” waarvan ook de secundaire scholen van Hamme en Lokeren deel uitmaken.

In de voorbije vijftig jaar hebben wij in het Pius X-instituut veel moois mogen beleven. Het gevoel dat vandaag overheerst, is er een van grote dankbaarheid om wat de Voorzienigheid ons tot op heden geschonken heeft. Inspanningen van mensen alleen, hoe groot, hoe edel en hoe goed bedoeld ook, zijn tevergeefs wanneer ze niet passen in de plannen van God.

Wij zeggen vandaag niet alleen dank aan de Goddelijke Voorzienigheid. We willen - zonder namen te noemen - onze dankbaarheid uitdrukken voor de inspanningen van heel veel mensen die samen meegebouwd hebben aan wat het Pius X-instituut vandaag geworden is.

Bovenaan onze danklijst plaatsen we de ouders die voluit gekozen hebben voor onze school en die ons hun kinderen hebben toevertrouwd. Dankzij hen is het Pius X-college in 1951 van start kunnen gaan en heeft het Pius X-instituut tot op vandaag (2001) elk jaar een nieuwe groep leerlingen mogen inschrijven en onderwijzen. Zonder hun vertrouwen had onze school geen enkele kans om zich te ontplooien.

Na de ouders zeggen we dank aan alle collega’s-leerkrachten die ooit les hebben gegeven of nog les geven in het Pius X-instituut. Zij hebben de last en de hitte van de dag gedragen. Door de jaren heen hebben zij zich steeds opnieuw aangepast aan de “vernieuwingen”, de wijzigingen in structuur en inhoud van ons onderwijs. Dat deze hervormingen nooit hebben geleid tot ontslagen of reaffectaties maakt ons vandaag bijzonder gelukkig. Degenen die nu met pensioen zijn, bewonderen we en danken we voor hun onvoorwaardelijk geloof in de kwaliteit en de toekomst van de school. Het was een groep leerkrachten die - wat er ook gebeurde - pal achter het Pius X-instituut stond.

 In de groep van de leerkrachten nemen de Broeders Maristen een bijzondere plaats in. Zij hebben meer gedaan dan onderwijs verstrekken en zij hebben hun leken-collega’s voortdurend aangemaand hetzelfde te doen. Zij hebben altijd geloofd dat de leerling belangrijker is dan de leerstof. Zij hebben het woord “zorgbreedte” nooit uitgesproken en toch is hun zorg voor leerlingen altijd zeer breed geweest. Hun taak hield niet op met het laatste belsignaal van de schooldag. Het onderhoud en de verfraaiing van de school en ook de organisatie van de vrije tijd van de leerlingen beschouwden zij als een natuurlijk deel van hun opdracht. Zij hebben de Minnezangers, Koreo Piko en Allegro gesticht en begeleid tot zelfstandige verenigingen. Zij hebben veel zorg besteed aan de begeleiding van de oud-leerlingenbond. In samenwerking met deze bond hebben zij jarenlang ingestaan voor de zaterdagavondontspanning. Eerwaarde Broeders wij vinden nog veel sporen van uw werk terug in onze school en wij blijven u eeuwig dankbaar voor uw meer dan veertig jaar bijzonder actieve aanwezigheid in Zele.

De vele goede contacten met Cham en het schooltijdschrift “Oud en Nieuw“ zijn een geschenk van de oud-leerlingenbond aan de school. Van een ledenblad voor de oud-leerlingen is “Oud en Nieuw” uitgegroeid tot een tijdschrift dat verspreid wordt onder alle leerlingen, ouders en oud-leerlingen. Het is één van de vele initiatieven die de oud-leerlingenbond ooit genomen heeft om de school te ondersteunen.

Een warm woord van dank aan onze (oud-)leerlingen voor de vele mooie momenten die zij ons geschonken hebben. Het doet deugd jaar na jaar te ondervinden dat onze leerlingen het even goed doen als de leerlingen van andere Vlaamse scholen en dat zij er geregeld in slagen de beste te zijn. Ook in dit nummer van “Oud en Nieuw” staan weer enkele uitstekende prestaties van leerlingen en oud-leerlingen opgetekend.

Naast het bestuur van de oud-leerlingenbond kan onze school al vele jaren lang rekenen op de steun van een oudercomité waarin geregeld de grote en kleine problemen van de leerlingen besproken worden en waarin dikwijls oplossingen worden geformuleerd. De opeenvolgende voorzitters en leden danken wij voor hun bijdrage aan het welzijn en het welbevinden van de leerlingen en voor de talrijke initiatieven die zij genomen hebben om de materiële noden van de school te helpen lenigen.

Tenslotte een zeer groot woord van dank aan ons schoolbestuur. Achter deze school staat een groep mensen die een heel stuk van haar vrije tijd veil heeft om te zorgen dat deze school juridisch en materieel kan werken. Zijn taak gaat veel verder dan het plaatsen van handtekeningen onder documenten. Het doet zijn best om aan alle problemen van welke aard ook een bevredigende oplossing te geven. Tot ver buiten Zele bewondert men wat ons schoolbestuur reeds gerealiseerd heeft: nieuwbouw, renovatie en onderhoud van gebouwen, veiligheids-, personeels- en financieel beleid, zijn taakverdeling en organisatie. Wij danken alle leden vandaag voor hun nabijheid, voor hun wijs en evenwichtig bestuur en hopen dat zij nog vele jaren hun onmisbare taak willen vervullen.

Laat ons na deze dankwoorden het vaste voornemen maken om samen door te gaan op de goede weg. We moeten niet in de eerste plaats bekommerd zijn om de verdere groei van de school, maar wel om de kwaliteit van het aangeboden onderwijs. We moeten ervoor zorgen dat we bij de tijd blijven en dat we die studierichtingen kunnen aanbieden waarin een meerderheid van de Zeelse kinderen haar gading vindt. Zele heeft een secundaire school nodig met veel gezichten en een groot aanpassingsvermogen aan nieuwe situaties.


200 jaar OLVI

1811: de stichting van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut
2011: de viering!

De vroege geschiedenis.

Wie door de Kouterstraat rijdt, moet zijn snelheid inhouden aan een snelheidsremmer avant la lettre. Een kapel staat immers meer dan 350 jaar op de oude rooilijn. Is ze van buiten uit niet zo opvallend, de binnenkant is een echt juweeltje. Al is deze kapel nu niet meteen de oorzaak van het Onze-Lieve- Vrouw-instituut, helemaal los staat ze er niet van. Ze werd opgetrokken ter vervanging van het bouwvallige Onze-Lieve-Vrouwhuyseke van 1556. In het opschrift aan de buitenkant wordt aan de Moeder van Smarten gevraagd om een hulp te zijn voor hen die branden van de koorts (pest?). Uit het monogram halen we het jaartal 1645.

In 1665 wordt achter de kapel een ‘capelle-huys’ gebouwd waar jonge dochters samenwonen die onder andere voor de verzorging van de kapel zullen instaan. Van onderwijs is er dus helemaal nog geen sprake. Tijdens het Ancien Regime is de grote massa uiteraard nog ongeletterd, het zijn vader en moeder die de gebeden leren, een summiere inhoud van het geloof meegeven en dit wordt aangevuld door de zondagse preek van de priester. Een beetje georganiseerd onderwijs vinden wij bij de pastoor en de kapelaans, de koster en de onderwijzer die als bijberoep wat onderricht geeft. Veel verder dan de catechismus komt men niet.

De jongens uit rijke middens uit het Land van Dendermonde kunnen de kapittelschool of de kloosterschool van de augustijnen te Dendermonde bezoeken, de meisjes halen hun wijsheid in de abdij van het Zwijvecke te Dendermonde of de abdij van de Roosenberg in Waasmunster. Onderwijs blijft steeds voorbehouden aan een kleine elite die alle onderricht krijgt in het Latijn of de ‘Francoys’.

Met de Franse Revolutie van 1789 verdwijnen de abdij- en kapittelscholen samen met de colleges van de toenmalige onderwijscongregaties zoals de jezuïeten en de ursulinen.

Onderwijs verstrekken is iets dat de staat moet behartigen doch dit lukt niet in de jonge republiek en de veroverde gewesten. Grote onwetendheid blijft dus het negatieve voorrecht van het volk.

Aangegrepen door deze onwetendheid vooral dan op godsdienstig vlak, besluiten pastoors, jonge dochters, welgestelden om hier iets aan te doen. Zij zullen in de 19de eeuw ontelbare kloostercongregaties doen ontstaan die onder andere zullen instaan voor volksopvoeding en onderwijs.
Julie Billiart was één van hen.

Julie Billart werd geboren in 1751 in Cuvilly, een klein dorpje in het huidige Franse departement van de Oise (Picardië). Haar vader was een landbouwer en bezorgde aan zijn kinderen onbezorgde jeugdjaren. Vader krijgt echter schulden en een van de schuldenaars grijpt meteen naar de grove middelen om zijn geld terug te krijgen, hij pleegt namelijk een aanslag op de onfortuinlijke man.

Julie is hier zo door aangegrepen dat zij verlamd raakt door de aandoening. Zij moet het bed houden, heeft dus veel tijd om te denken en te mediteren en vooral om te bidden. Op een dag ziet zij in een visioen een calvarie omringd door vrouwen in een voor haar onbekend kloosterkleed. Het startsein is gegeven. Julie overweegt enkele vrouwen te verzamelen om een nieuwe stichting te beginnen echter met grote omzichtigheid, ze moet zich schuil houden tijdens de Revolutie.

In 1794 ontmoet ze de adellijke dame Françoise Blin de Bourdon. Deze is ternauwernood aan de executie ontsnapt omdat Robespierre een dag voor haar geplande onthoofding was gevallen. De beide vrouwen praten over hun plannen en in 1803 verzamelen zich enkele sympathisanten in de Picardische hoofdstad Amiens.

Op het feest van Lichtmis in 1804 spreken ze hun definitieve geloften uit plus nog een speciale gelofte om zich toe te wijden aan de jeugd. Ze noemden zich zusters van Onze-Lieve-Vrouw.

De regel die pater Varin voor de zusters had geschreven was voor die tijd modern. De kloosters mochten geen vaste entiteiten op zichzelf zijn maar moesten met elkaar in verbinding staan, het strenge slot bestond niet, de zusters moesten in het apostolaat ingeschakeld kunnen worden en er was geen onderscheid tussen koorzusters en lekenzusters. Dit leek allemaal niet naar de zin van de bisschop van Amiens. Hij wou niet dat de zusters buiten zijn bisdom kloosters zouden oprichten. De zusters schudden dan maar het stof van hun voeten in Amiens en vertrokken richting Namur waar ze door de bisschop werden opgevangen en de toevoeging ‘van Namen’ aan hun naam kregen.

En van hieruit begonnen de stichtingen: Namen – Jumet – Saint-Hubert – Gent en Zele.

Een belangrijke man was hier pastoor Petrus Sinave. Deze moedige West-Vlaming was pastoor van Zele in de Beloken Tijd. Hij weigerde de eed van haat aan het koningdom af te leggen en diende daarom onder te duiken. De Franse tijd had weinig goeds gedaan op het vlak van geloof en zeden in onze gemeente. Weer vrij constateert Sinave een grote achteruitgang in de godsdienstige beleving en kennis. Hier moest iets aan gedaan worden.

Als eigenaar van het ‘Capelle-huys’ had hij twee grote plannen. De kapel en de bedevaartplaats opnieuw openstellen en een school voor de dorpskinderen openen. In 1803 had hij zelf al gepoogd een school op te richten, doch dit mislukte. Dan maar aankloppen bij het bisdom dat hem in contact bracht met mère Julie en haar zusters.Zij brengt op 11 november 1811 de eerste vier zusters persoonlijk naar Zele waarvan één zelfs 'bien au courant de la langue Flamande'. Pastoor Sinave schenkt de kapel, het bijhorend huis en grond aan de zusters. De school is meteen een groot succes, 60 kinderen ontvangen er onderricht.

De school groeit voortdurend: er komt een bewaarschool, een kost -en armenschool, een kantschool, werkschool en een pensionaat.

De scholen

Tot voor kort was de speelplaats van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut verdeeld in twee delen. Het muurtje was oorspronkelijk het onderscheid tussen de kost- en armenschool. Misschien kijken we daar vandaag wat van op maar toen was het een positieve sociale maatregel. Met de opbrengst van de kostschool werd gratis onderricht gegeven in de armenschool. Een nuttige symbiose voor die tijd.

In 1848 wordt de kantschool opgericht. De Zeelse naaldkant werd beroemd en was voor de verpauperde Zeelse bevolking een bijkomend steuntje. Vele vrouwen deden na hun uren aan ‘blommewerken’ om een stuiver bij te verdienen. Tot 1965 stond naaldkant op het programma van de school.

Om de groei van de school even te illustreren: in 1858 waren er 18 zusters, 48 internen, 58 externen, 200 leerlingen in de armenschool en 194 in de kantschool. Rond de eeuwwisseling gewaagt men van 700 scholieren, dus er moet constant gebouwd en verbouwd worden.

De gemeenteschool kende een bloeiende beroepsschool tot in 1933 een nachtelijke brand de hele school in de as legt. Het is de toenmalige directrice, mevrouw Martha Vermeulen die deze bloeiende school onderbrengt in het Onze-Lieve-Vrouwinstituut. In 1947 neemt zuster Lucie Brusselaers de leiding van de school over. Er komt een handelsafdeling en een volledige technische afdeling voor snit en naad. Pas in 1968 kunnen meisjes er de humaniorastudies volgen en in 1981 doen de eerste leden van het andere geslacht hun intrede.

De laatste zusters hebben spijtig genoeg de gemeente verlaten. Verlieten ze eerst in 1992 hun oude stek in het kapelhof, in 2004 verlieten ze het huis in de straat waar ze hun intrek hadden genomen.

De gebouwen van de Kouter worden ingenomen door de vrije kleuter- en basisschool, de school voor individueel onderricht ‘de Zonnewijzer’ en het revalidatiecentrum. Van de oude gebouwen met de karakteristieke trapgeveltjes blijft enkel het deurtje met de neogotische spitsboog over.

Rond de stichtingsdatum van 11 november waren allerlei activiteiten en vieringen gepland in 2011. 200 jaar kon niet zomaar ongemerkt voorbij gaan.


Gouden Pinksterfeesten


De Pinksterfeesten ontstonden in 1962 op vraag van de toenmalige directeur, broeder Paul, aan de voorzitter van het oudercomité, Piet Christiaens. Samen liggen zij aan de basis van de feesten.
Omdat het Pius X-college op dat moment slechts 112 leerlingen telde, waren de subsidies minimaal en moest er voor enkele verbouwingen en voor de aankoop van materiaal gezocht worden naar de nodige "fondsen". Het weekend van Pinksteren vond men in 1962 geschikt omdat de mensen dan nog niet op reis waren, omdat er veel kans op mooi weer was en omdat de examens nog op een veilige afstand lagen.

Er werd geredeneerd dat het Pius X-college er eigenlijk gekomen is op aandringen van de Zeelse bevolking en dat die dan ook maar moest helpen als er noden waren. Bij de voorbereiding werden de leden van het oudercomité en afgevaardigden van verschillende verenigingen uitgenodigd. Ideeën werden aangebracht en er was echt bereidheid om mee te werken.

De eerste Pinksterfeesten waren zeer eenvoudig van opzet: op een zeer beperkte ruimte konden de aanwezigen wat zitten, wat drinken, wat eten en wat praten… Het aantal bezoekers was buiten verwachting en de opbrengst navenant.

Omdat de school plannen had voor uitbreiding was het noodzakelijk om te zorgen voor een herhaling van dit geslaagde initiatief. Stilaan legde iedereen zich neer bij die gedachte en zo waren de jaarlijkse Pinksterfeesten geboren.

In 1967 werd op aandringen van broeder Amandus besloten om een apart pinksterfeestencomité op te richten onder het voorzitterschap van Piet Christiaens, die toen afscheid had genomen als voorzitter van het oudercomité omdat zijn kinderen aan het Pius X-college afgestudeerd waren. Zijn taak zou na 1979 achtereenvolgens overgenomen worden door de directeurs E.H. Hugo Verbeke, Eugène De Strycker en Freeken Bauwens. Binnen het comité en tijdens de feesten nam ook broeder Marcel jarenlang een ruim aandeel van de verantwoordelijkheden op zich.

Het aantal medewerkers steeg, mensen die urenlang, soms drie dagen zich ten dienste stelden van de school, van de gemeenschap. Naast de leerkrachten, leerlingen en ouders werd ook een beroep gedaan op de oud-leerlingenbond "Oud en Nieuw" (vnl. voor de Pius X-zaal), Koreo Piko (vnl. voor de crèmerie) en de Minnezangers (vnl. voor de Weinstube).

De Pinksterfeesten hadden veel succes en groeiden: ieder jaar iets meer, ieder jaar wat nieuws. Het programma van de Pinksterfeesten bood vlug veel meer dan spijs en drank en evolueerde doorheen de tijd.

Er wordt voortaan gezorgd voor gevarieerde optredens, een stevig sportprogramma, stemmige randanimatie en er is ook telkens een cultureel luik. Kermisattracties, strandfietsen, kraampjes, springkastelen, klimtorens, de schiettent, de frituur, de barbecue en gezellige terrasjes droegen bij tot een feestelijke sfeer.

Tot de hoogtepunten van de Pinksterfeesten behoren ongetwijfeld:

  -> het nachtballet met elitegroepen uit de turnkringen, rolschaatsclub Hermes, vendelzwaaiers van de KLJ en Koreo Piko;
  -> de spannende kaart- en holbakwedstrijden; de gezellige seniorennamiddagen; de landing van valschermspringers en de luchtdopen met een        helikopter;
  ->  de talrijke gesmaakte concerten van de Zeelse muziekverenigingen en van bekende en minder bekende Vlamingen                              (eerst in een tent op het voetbalterrein, later in de feestzaal);
  ->  de demonstraties karate, judo, paardrijden, stuntcycling, hondendressuur, ballet; de onvergetelijke dansavonden op meeslepende muziek                                     in de Weinstube en de cafetaria met o.a. Bob Copejans, Frans Bonne, Gerard De Vriendt en Marc Maes;
  ->  de drukke gekostumeerde jeugdmarkten en kindernamiddagen met poppenkast, clowns, goochelaars en andere animatoren; de spannende                  sportfinales met massa's supporters;
  ->  de succesvolle optredens van leerlingen en leerkrachten in het kader van "Intiem in team", een vrij podium of een aperitiefconcert;
  ->  de sportieve Pius X-Pinksterrit; het populaire petanquetornooi.

Ook in de contacten met onze zusterstad Cham spelen de Pinksterfeesten een grote rol. Op de Pinksterfeesten in 1974, een jaar nadat het Europees congres van de oud-leerlingen van de broeders Maristen in Zele plaatsvond, was een uitgebreide delegatie uit Cham aanwezig en was er een eerste optreden van Kölping Musik. Het bezoek vanuit Cham herhaalde zich sindsdien jaarlijks. Kölping Musik luisterde ook de feesten van 1976, 1979 en 1983 op. Hier ligt mede de basis voor de latere (2010) jumelage tussen de gemeente Zele en de Beierse stad Cham.

Wie de activiteiten van de Pinksterfeesten doorheen de tijd vergelijkt, merkt een grote verscheidenheid, maar de doelstelling bleef onveranderd. Van bij het ontstaan wordt de opbrengst van de Pinksterfeesten integraal aangewend ten bate van de leerlingen. Mede dankzij de Pinksterfeesten kan de jeugd uit Zele en onmiddellijke omgeving genieten van kwaliteitsvol onderwijs in moderne, degelijk uitgeruste lokalen. De feesten waren en zijn noodzakelijk voor de uitbouw en het actueel houden van de schoolinfrastructuur. Het is een uitdaging om in een veranderende context succesvolle feesten te blijven organiseren en we zijn dankbaar dat we daarbij mogen rekenen op de medewerking, steun en sympathie van Zele.

headerlogo